Lopend naar school

Toen ik nog in Giesbeek woonde, moest ik lopend naar school. Ik liep altijd met vriendjes en vriendinnetjes uit de buurt mee. Dat was toch nog zo'n 15 minuten lopen. Jongetjes en meisjes die niet zo ver van school af woonden moesten namelijk lopend naar school, omdat anders het fietsenhok overvol zou geraken. En ik was er uiteraard van overtuigd dat andere jongens en meisjes veel minder ver van school woonden dan ik en mijn vriendjes en vriendinnetjes, terwijl die andere jongetjes en meisjes gewoon op de fiets naar school kwamen! Nou ja, het was ook best gezellig om naar de katholieke Paulusschool te lopen. Over het algemeen genomen dan.

Ik weet nog wel dat er iets op de stoep met stoepkrijt geschreven stond dat toch een redelijke openbaring was; te weten: "kut in de lul". Dat was ook het moment dat ik ging nadenken over de meer essentiŽle dingen in het leven. Ik was 6. Zes jaar, voor het eerst naar de basisschool. 1e klas, wat nu groep 3 heet geloof ik. Het is ook allemaal enorm veranderd door de tijd heen. Kinderen schijnen dat soort dingen over kutten en lullen in groep 3 al te leren op school. Komen thuis met verhalen over neuken enzo. Merk ik toch aan mijzelf dat ik inmiddels van de oude stempel ben. Ik verbaas mij er overigens steeds weer over dat ik wezenlijk niet ben veranderd sinds die tijd. Natuurlijk is de manier waarop ik tegen dingen aankijk wel veel bekrompener en troebeler geworden door allerhande zaken die men doorgaans te verduren heeft in een leven. Maar in wezen... in wezen is er niets veranderd. Ik verbaas mij er ook over dat het mij allemaal nog zo helder voor de geest staat. Dan benauwt het mij dat het leven niet eens zo veelomvattend is als ik altijd heb gedacht in mijn jeugd. Want later, later zou het allemaal gaan gebeuren!

Ik liep dus elke dag naar school met mijn vriendjes en vriendinnetjes. Op een zonnige lentedag liepen wij ook weer diezelfde dagelijkse route. Ik was vrolijk en praatte met ťťn van mijn loopvriendjes, Alek, over een televisieprogramma of zo. Wij liepen op de stoep maar moesten op een gegeven moment de weg over, en dus door een hoogpolig grastapijtje, wat zich tussen de weg en de stoep bevond. Op dat moment voelde ik mijn voet in een zacht stuk hondenschijt verdwijnen. Het kon natuurlijk ook een zompig en halfaangevreten broodje frikandel zijn, maar dat geluk was mij niet beschoren. Dat ik in de stront was getrapt was al vrij vlot binnen de gehele loopclub bekend. Snel probeerde ik met een boomblaadje de grovere stukken poep van mijn schoen te verwijderen, terwijl ik om mij heen kreten hoorde als "gadverdamme, Ronald is in de hondenpoep gestapt!" en het overgrote deel van de vriendjes en vriendinnetjes barstten in lachen uit. Ondertussen scheurde het boomblaadje en had ik de stront ook aan mijn handen zitten. Panisch probeerde ik mijn handen aan de graspollen schoon te maken, maar hing daarbij met mijn mouwen in de smeuÔge hondenkak die in ťťn keer overŠl leek te liggen en voor ik wist zat ik compleet, van boven tot onder, onder de schijt. Ik stond weer op en trachtte mij voort te bewegen zonder de situatie te verergeren. Daarbij stoof de loopclub schreeuwend uiteen: "Strontkar! Strontkar! Gadverdamme, strontkar!". Ik had mij een hele tijd groot gehouden, maar dit werd mij toch iets te gortig. Ik kraaide wat uit met een brok in mijn keel en besloot terug te lopen, naar huis. De excuses achter mijn rug hoorde ik niet. Het gelach evenmin. Ik hoorde helemaal niets. Ik rook alleen die penetrante diarreelucht. En wou mij zo snel mogelijk ontdoen van alle kleding die ik op dat moment aan had. Thuis aangekomen besloot ik toch maar even mijn schoen af te spoelen onder het kleine kraantje in de wc vlak bij de voordeur. Ik zag de stukjes poep geleidelijk in het afvoerputje verdwijnen, weg, weg uit mijn leven. Maar de fobische aversie jegens hondenstront-aan-schoen is tot op heden gebleven...